AMSTERDAM - De eilandengroep Tokelau in het zuiden van de Grote Oceaan draait vanaf medio 2012 compleet op duurzame energie. 93 procent moet van zonne-energie komen, de rest van kokosnootolie.

Dit maakte de eilandengroep deze week bekend. Voor elk van de drie atols waaruit Tokelau bestaat, is een totaal aan zonnepanelen nodig met een oppervlak van slechts tweehonderd vierkante meter.

Daarnaast heeft elk atol twintig tot dertig liter kokosnootolie per dag nodig om helemaal van duurzame energie te zijn voorzien, wat neerkomt op ongeveer tweehonderd kokosnoten. In Tokelau wonen om en nabij 1500 mensen.

Olie

Op dit moment verbruikt de eilandengroep per atol per dag tweehonderd liter brandstof als kerosine, benzine en gas. Deze brandstof moet vanuit Nieuw-Zeeland verscheept worden, wat het erg duur maakt.

De kokosnootolie zal worden gebruikt om een generator voor het elektriciteitsnetwerk te laten werken wanneer de zonnepanelen niet kunnen werken, zoals bij bewolking of in de nacht. Normaliter draait een dergelijke generator op fossiele brandstoffen. De kokosnootolie vormt hiermee een goedkoop en duurzaam alternatief voor fossiele brandstoffen, aangezien het tropische eiland genoeg kokosnoten bevat.

Het gebruik van kokosnoten als energiebron is niet nieuw op tropische eilanden. Andere eilanden als Samoa en Vanuatu mengden kokosnootolie in benzine, maar Tokelau is het eerste eiland dat alleen deze bron naast zonne-energie zal gebruiken.