Aantal meldingen over verstrikte zeehonden verelfvoudigd, oorzaak onbekend
Het aantal meldingen over verstrikt geraakte zeehonden is in tien jaar tijd verelfvoudigd. Vorig jaar kwamen in Nederland 77 van zulke meldingen binnen, in 2014 waren dat er nog 7. De dieren raken in bijvoorbeeld vissersnetten bekneld. Een duidelijke verklaring is er niet.
Het aantal gemelde verstrikkingen is in 2024 bijna verdubbeld ten opzichte van een jaar eerder, vertelt Emmy Venema aan NU.nl. Zij is strandingscoördinator bij Zeehondencentrum Pieterburen. "Het zijn voornamelijk jonge grijze zeehonden die vast komen te zitten. Die willen spelen en zijn nieuwsgierig." Als vervolgens bijvoorbeeld een vissersnet om hun nek komt te zitten, raken ze in de problemen.
Vaak is er niet meteen sprake van nood, vertelt Venema. Een zeehond heeft een vetlaag van zo'n 5 tot 7 centimeter, dus een touw om de nek hoeft niet direct een probleem te zijn. "Maar naarmate de zeehond groeit, gaat het touw of net strakker zitten. Dat is gevaarlijk. Daardoor kan het dier zelfs doodgaan."
Niet alleen visnetten zorgen voor problemen. Venema ziet dagelijks ook schrijnende voorbeelden van zeehonden die in ballonnen, frisbees en baseballpetjes verstrikt raken.

Zeehondenpopulatie groeit
De zeehondenpopulatie in Nederland is de laatste jaren gegroeid tot ruim achttienduizend. Het gaat om twee soorten: de grijze en de normale zeehond. "Vooral de populatie van de grijze zeehond neemt in rap tempo toe", vertelt Venema. Negen van de tien verstrikte zeehonden zijn dan ook van deze soort.
Waar het zeehondencentrum gestrande dieren in nood helpt, observeert Sophie Brasseur als zeehondenonderzoeker aan Wageningen University & Research samen met collega's de populatie in het wild. Zij maakt zich minder zorgen over de verstrikkingen. "In verhouding tot de populatie valt het aantal verstrikkingen die wij zien erg mee."
Tien keer per jaar vliegt de onderzoeker langs de kust voor tellingen. "Per keer tellen we zo'n achtduizend zeehonden, af en toe zien we een of twee waarbij iets om de nek of het lichaam zit." Volgens de onderzoeker spotten ze over het algemeen alles.
Vooralsnog dus geen alarmbellen in het veld. "Maar dat laat onverlet dat Pieterburen een goed signaal geeft dat dieren wel degelijk verstrikt kunnen raken", zegt Brasseur.
Geen duidelijke verklaring voor toename van meldingen
In het stormseizoen van maart tot april worden doorgaans de meeste verstrikte dieren gevonden, vertelt Venema. "Maar het gekke is dat we ze nu het hele jaar door vinden."
Is de groei van de populatie de verklaring voor de verdubbeling van het aantal gemelde verstrikkingen? Verhoudingsgewijs niet, zegt Venema. "Het aantal grijze zeehonden is de afgelopen jaren met 11 procent gestegen, dus niet verdubbeld."
Ook worden nu niet meer zeehondenwachters opgeleid om zeehonden in de problemen te signaleren. "Sterker nog, we hebben er minder dan vroeger", zegt Venema. Weten toeristen dan vaker het meldpunt te vinden? "Mensen weten ons al jaren te vinden en er is geen extra communicatie geweest, dus dat lijkt me sterk."
Een zeehond verstrikt in een visnet. | Beeld: Zeehondencentrum Pieterburen'Vissers willen juist netten die niet snel scheuren'
Hoewel het aantal meldingen over verstrikkingen toeneemt, geldt dat niet per se voor het aantal gevonden dode zeehonden. "In 2024 zijn voor zover bekend zeven pups overleden door beknelling, in 2023 waren dat er drie. Maar wij zien alleen wat er op het strand aanspoelt. De oceaan is enorm, dus veel weten we niet."
Is het te voorkomen dat zeehondenpups verstrikt raken? Venema: "Misschien kunnen vissers netten gebruiken die sneller scheuren, waardoor beesten niet vast blijven zitten." Maar dat is volgens haar een utopie. "Vissers willen juist netten die niet snel scheuren om zoveel mogelijk vis te vangen."
Bovendien zijn niet alleen visnetten de boosdoener. "Ook draagtassen en aardappelnetjes komen we tegen. Ik hoop dat iedereen zijn troep meer gaat opruimen", zegt de strandingcoördinator.
Een ballon met touw dat in de keel van een geredde zeehond is gevonden. | Beeld: Fenna van Loenhout'Het liefst vangen we helemaal geen dieren op'
Vorig jaar zijn slechts vier pups opgevangen na verstrikking. "We vangen voornamelijk pups op die hun moeder zijn kwijtgeraakt of nog heel jong en ziek zijn: dieren die het anders niet overleven. Maar over het algemeen laten we de natuur haar gang gaan. Het liefst vangen we helemaal geen dieren op, want het is erg stressvol voor ze."
Om te ontdekken waardoor zoveel meer zeehonden verstrikt raken, is volgens Venema onderzoek nodig. Of omringende landen hetzelfde probleem zien, is niet duidelijk. "Daar heb ik geen zicht op."
Onderzoek naar dode zeehonden biedt inzicht
Brasseur wil dat naar gevonden dode zeehonden gekeken wordt. "In de cijfers van Pieterburen gaat het over de zeehonden die zij bekijken. Maar we zien ook veel dode dieren."
De registratie van dode en gestrande dieren gaat nu op vrijwillige basis. Het is volgens de zeehondenonderzoeker onduidelijk hoe compleet de registratie is. "Maar het aantal dode dieren is gewoon heel groot."
Brasseur: "Ze worden meestal afgevoerd en niet onderzocht. Soms zijn ze onthoofd of is de neus of onderkaak van het dier geschraapt." Volgens de onderzoeker komt dat mogelijk door rondslingerende visnetten.
Binnenkort begint het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) met een onderzoek naar de doodsoorzaak van gevonden zeehonden.
Verzorgers in Zeehondencentrum Pieterburen ontfermen zich over een pup. | Beeld: Fenna van Loenhout