Wageningen University & Research (WUR) is in het hele land op zoek naar dode spitsmuizen. De universiteit wil de gestorven beestjes hebben voor een onderzoek naar rattengif (rodenticiden) en de onbedoelde effecten dat het middel heeft op spitsmuizen.

Rodenticiden zijn bedoeld om ongedierte zoals ratten uit te schakelen. Andere zoogdieren zoals spitsmuizen kunnen hier ook aan overlijden, terwijl die niet het mikpunt van de bestrijding zijn. De WUR wil daarom het effect van rattengif op spitsmuizen in kaart brengen.

De belangrijkste vraag die de onderzoekers daarbij hebben, is of spitsmuizen in de stad of juist in landelijk gebied meer gif binnenkrijgen. Ook zoeken zij uit of de stoffen onbedoeld in de natuur terechtkomen. Doordat spitsmuizen er een klein leefgebied op nahouden, geeft een exemplaar met genoemde stoffen in het lijf informatie over lokaal gebruik.

De universiteit laat weten elke inlevering van een "verse" dode spitsmuis op prijs te stellen en wil dan ook graag de tijd en plaats weten waar het diertje door mens of kat is aangetroffen. Het verzoek is om ze, na eventueel bewaard te zijn in een zakje in de diepvriezer, naar een inleverpunt in de buurt te brengen. De universiteit haalt ze daar op. Het inleveren kan nog het hele jaar.

Spitsmuizen hebben anders dan gewone muizen een smalle, spitse kop. De diertjes hebben een grijsbruine vacht. Verder zijn spitsmuizen te herkennen aan hun oorschelpen die buiten de vacht steken. De soort komt in heel Nederland vrij veel voor.

De inleveractie doet denken aan de oproep die andere onderzoekers van WUR begin dit jaar deden: toen werden mensen gevraagd om dode steekmuggen op te sturen voor een onderzoek naar muggenoverlast. Die actie was een groot succes: de universiteit ontving in korte tijd duizenden enveloppen met platgeslagen muggen.