Zo'n 15 procent van de eikenprocessierupsen heeft inmiddels brandharen, meldt het Kenniscentrum Eikenprocessierups woensdag. Het stadium waarin de rupsen voor overlast gaan zorgen is daarmee aangebroken; als de brandharen zich via de lucht verspreiden, kan dat leiden tot gezondheidsklachten zoals jeukende bultjes.

"Vanaf nu is het weer opletten op de aanwezigheid van eikenprocessierupsen", aldus de experts.

Door de zeer koude lente is de ontwikkeling van de rupsen flink vertraagd. Vorig jaar hadden de eerste eikenprocessierupsen begin mei al hun brandharen. Dit jaar moesten de diertjes lang wachten voordat er voedsel beschikbaar was, omdat de bladeren die zij eten zich langzaam ontplooiden.

Pas sinds enkele dagen is hun ontwikkeling in een stroomversnelling gekomen. De rupsen bewegen meer en eten de hele dag door, terwijl bomen eindelijk voldoende bladeren hebben.

De deskundigen vermoeden dat de rupsen vooral eind juni en begin juli voor overlast zullen zorgen. Hoe groot de piek wordt, valt nog niet te zeggen. Veel eikenprocessierupsen zullen als onderdeel van hun ontwikkeling opnieuw nesten vormen.

De vraag is of de diertjes hoog of laag in de bomen gaan zitten. Eerder vertelde insectendeskundige Silvia Hellingman in gesprek met NU.nl dat bij warmer weer meer overlast verwacht wordt. De rupsen gaan dan lager in de boom leven om beschutting te zoeken tegen de stralende zon. Bij lagere temperaturen kunnen zij hoger in de boom nesten vormen.

Eerste rupsen verliezen brandharen: alles over de eikenprocessierups
67
Eerste rupsen verliezen brandharen: alles over de eikenprocessierups