Een kleine, witte waaierworm die in 2006 voor het eerst werd aangetroffen in de Oosterschelde is veertien jaar later, met behulp van nieuw wetenschappelijk onderzoek en een buitenlandse expert, alsnog geïdentificeerd als een knikwaaierworm (Parasabella langerhansi). Het is voor zover bekend de eerste keer dat de soort in het Noordzeegebied is gesignaleerd, schrijft Nature Today zondag.

Sportduikers troffen de destijds nog onbekende waaierwormsoort in 2006 aan in de Oosterschelde. Aan de hand van de op dat moment beschikbare wetenschappelijke informatie lukte het de experts niet om het ongewervelde dier onder te brengen in een van de tot dan toe bekende waaierwormsoorten.

Sinds de vondst in 2006 is de waaierworm nog zeker drie keer in het Zeeuwse deltagebied aangetroffen. De recentste vondst werd vorig jaar gedaan, toen duizenden exemplaren van de kleine, witte waaierworm werden gevonden in de Oosterschelde. Met behulp van nieuwe wetenschappelijke literatuur en een buitenlandse wormenkenner is inmiddels duidelijk geworden dat het om de knikwaaierworm gaat.

De waargenomen waaierwormen in de Oosterschelde zijn waarschijnlijk de eerste wormen die zijn aangetroffen in het Noordzeegebied. De diertjes komen vooral ten zuiden van Nederland voor, en komen oorspronkelijk uit de omgeving van Madeira.

De knikwaaierworm is een relatief kleine waaierwormsoort, waarbij de krans van kieuwveren (ook wel radiolen genoemd) ongeveer één centimeter lang wordt. Op die radiolen zitten 'haartjes' waarmee de worm voedsel kan vangen. Het wormpje zelf leeft in een lichtbruine koker en is, inclusief de radiolen, een paar centimeter lang.

Volgens de onderzoekers is de knikwaaierworm een 'klimaatopschuiver': een soort die zich door klimaatverandering uitbreidt richting noordelijke gebieden. "Uiteraard is het belangrijk en interessant de ontwikkelingen van deze en andere klimaatopschuivers te monitoren", aldus Nature Today.