Het gaat jagers op de Veluwe deze winter niet lukken om het aantal wilde zwijnen terug te brengen naar de gewenste stand van elfhonderd dieren in het voorjaar. Belangrijkste oorzaak is het grote aantal recreanten dat de bossen opzoekt in coronatijd, zegt Erik Koffeman van de Faunabeheereenheid.

De zwijnen schrikken van de drukte en duiken diep weg in de bossen, buiten het bereik van de jagers.

Volgens Koffeman lopen er op dit moment zo'n vijfduizend everzwijnen op de Veluwe. Dat zijn er veel te veel. De natuur loopt schade op door te grote aantallen zwijnen. Daarom stellen natuurbeheerders elk jaar een gewenst maximaal aantal vast, de zogenoemde doelstand. Die stand moet in de wintermaanden door afschieten worden bereikt. "Maar we mogen blij zijn als we uitkomen op ongeveer tweeduizend beesten in het voorjaar", aldus Koffeman.

De faunabeheerder constateert dat er niet alleen veel meer wandelaars en fietsers in de bossen zijn, maar dat ze ook steeds vroeger komen, mogelijk juist om drukte te vermijden. "Het krieken van de dag is een goede tijd voor afschot. Maar onze jagers horen en zien dan al groepen recreanten. Dat is heel frustrerend." Ook crossen mountainbikers dwars door het bos en verstoren zo leefgebieden van de dieren.

De provinciale jagers studeren op alternatieve manieren om meer zwijnen te kunnen afschieten. "Een bijkomend probleem is dat er door de droge, hete zomers enorm veel eikels en beukennootjes zijn. De evers hebben meer dan genoeg te eten en komen niet op lokvoer af. We hopen dat de bosvruchten aan het eind van de winter op zijn, zodat we dan de druk nog wat kunnen verhogen."