De populatie bruinvissen in het Nederlandse deel van de Noordzee is in de laatste dertig jaar flink gegroeid. In 2019 werden ruim zeven keer zo veel dieren gespot als in 1991. Toch nam het aantal bruinvissen vlak bij de kust de laatste jaren iets af, blijkt maandag uit cijfers van het CBS, dat hiervoor samenwerkte met Wageningen Marine Research (WMR).

Bruinvissen waren tot de jaren veertig van de vorige eeuw een veelvoorkomende soort in de Noordzee. Daarna nam het aantal sterk af, maar vanaf 1991 is weer een opwaartse trend waarneembaar.

Volgens het CBS hangt de toename van het aantal bruinvissen in de Noordzee samen met de verandering van de leefomgeving van de zoogdieren. De laatste jaren is die gedeeltelijk van de noordelijke Noordzee naar het Nederlandse deel van de Noordzee verschoven.

De aantallen bruinvissen die werden waargenomen varieerden sterk binnen een jaar: van 26.000 (in oktober-november 2010) tot 86.000 (maart 2011). De bruinvissen staan sinds 3 november 2020 niet meer op de Rode Lijst met bedreigde zoogdieren.

Naast de populatie nam ook het aantal strandingen van dode bruinvissen langs de kust toe. In het begin van de jaren negentig strandden hooguit enkele tientallen dieren per jaar, maar in 2012 was dat toegenomen tot ruim 980. De meest voorkomende doodsoorzaken zijn verdrinking in vistuig, infectieziektes, verhongering en aanvaringen met scheepsschroeven.

Voor de data maakte WMR gebruik van verschillende monitoringssystemen, waaronder analyses vanuit de lucht en jaarlijkse tellingen van Rijkswaterstaat.