Een vermagerde pelsrob spoelde een tijd geleden aan in Australië, met stekels die door zijn tandvlees, wangen en lippen waren gestoken. De maaltijd van het dier wilde blijkbaar liever niet gegeten worden en liet zijn ruggengraat achter in de zeehond, schrijven Australische en Nieuw-Zeelandse biologen in het vakblad Diseases of Aquatic Organisms.

"Het dier volgde zijn maag één vis te ver", zegt een van de auteurs van het onderzoek. Wel bleek het om meer dan één vis te gaan: het dier had zes stekels in en om zijn bek.

Een deel van de stekels bestond uit de staartangels van doornroggen, een verwante van de pijlstaartrog. De rest waren puntige botten uit de vinnen van spookhaaien.

Onderzoekers wisten dat pelsrobben op deze roggen en haaien jagen, maar ze wisten nog niet wat voor een gevaar dat voor het zoogdier oplevert. Het is nog onbekend of de aangespoelde rob slechts pech had, of dat dit stelselmatig voorkomt bij zeehonden.

Mogelijk is dit bij andere zeehonden nog niet gezien, omdat de stekels verborgen blijven onder de dikke huid van het dier. Bij volgende keren dat zeezoogdieren aanspoelen, willen biologen deze dieren nauwkeuriger onderzoeken om te weten te komen of dit vaker voorkomt.

Wel wijst het op de vormen van bescherming die vissen toepassen om te voorkomen dat ze zomaar opgepeuzeld worden door grotere dieren.

Een Nieuw-Zeelandse pelsrob. (Foto: Professor Robert Harcourt)