Het gaat erg goed met de lepelaars in Nederland. Sinds de jaren zeventig werden er niet zoveel vogels gesignaleerd als in 2019. Zelfs langs de bebouwing van de Randstad zijn kolonies te zien, meldt Sovon Vogelonderzoek Nederland woensdag.

Volgens de organisatie zijn er aan de randen van Rotterdam, Den Haag, Leiden en Haarlem groepen lepelaars gezien.

De vogels gebruiken daar regelmatig bomen met nesten die eerder door blauwe reigers zijn gebruikt. Kennelijk bieden de polderslootjes in de omgeving van deze broedplaatsen genoeg voedsel om de jongen mee te voeden.

In 1970 broedden er slechts 215 paren in het Naardermeer, in het Zwanenwater en op Texel. Sindsdien maakte de soort een spectaculaire ontwikkeling door en groeide de populatie in 2019 tot ongeveer 3.800 paren.

Lepelaar is één van de meest getelde broedvogels

Hiermee is de lepelaar één van de meest getelde broedvogels van Nederland geworden.

Jaarlijks worden vrijwel alle kolonies met broedende lepelaars geteld. Dat wordt gedaan door onderzoekers van de Werkgroep Lepelaar, terreinbeheerders en vrijwilligers van Sovon Vogelonderzoek Nederland.

Grootste kolonies zijn te vinden op de Waddeneilanden

Lepelaars worden vooral geassocieerd met de kust. Daar zijn inderdaad de meeste broedplaatsen te vinden. Bijna de helft van alle vogels broedt in de Waddenzee, die vijftien jaar geleden nog twee derde van de landelijke populatie herbergde.

In de grootste kolonies, die op Texel, Ameland en Schiermonnikoog, broeden honderden vogels bij elkaar. Na 2012 verdubbelde de populatie in het Deltagebied. Daar broeden meer dan duizend paren.