Door de grote hoeveelheid veldmuizen zijn er deze winter ook veel roofvogels te zien, zeggen de Vogelbescherming en Sovon Vogelonderzoek Nederland tegen NU.nl. Vooral op paaltjes langs de weg zijn veel roofvogels waar te nemen.

Deze winter zijn vooral veel buizerds te zien, zegt Henk Sierdsema, roofvogelexpert van Sovon. Maar ook de torenvalk en de grote zilverreiger profiteren van het grote aanbod veldmuizen.

Voor de veldmuis was de afgelopen lente erg gunstig. Oorzaak: een droog voorjaar, waardoor gemakkelijk in de grond te graven was, en een milde winter die daaraan voorafging. In Friesland, maar ook op andere plekken in het land, klonken veel klachten over de grote hoeveelheid muizen.

De knaagdieren verblijven nu onder meer in bermen en dat is voor roofvogels een ideale plek om te jagen, zegt Lars Soerink, ecoloog van de Vogelbescherming.

"De paaltjes in de berm zijn een uitstekende zichtpost voor bijvoorbeeld buizerds", aldus Soerink. "Zodra ze een muis zien, springen ze erop. Het is een kansrijke plek om voedsel te vinden. Onze netheid speelt de vogels ook in de kaart. We hebben in Nederland goed gemaaide bermen, waar roofvogels muizen makkelijker kunnen zien."

Buizerds uit Scandinavië overwinteren in Nederland

De op paaltjes zittende roofvogels - voornamelijk buizerds dus - zijn voor een groot deel afkomstig uit Noord-Duitsland, Scandinavië en Oost-Europa. Ze zijn naar Nederland getrokken om hier de winter door te komen en hebben dus geen eigen territorium.

Ook mollen staan deze winter hoog op het menu van het roofdier. "Normaal gesproken zitten mollen in de winter in de grond en zijn ze voor roofvogels onbereikbaar", legt Sierdsema uit. "Maar door het zachte weer zijn mollen behoorlijk actief. Je ziet ook al steeds meer molshopen."

Een bruine kiekendief. (Foto: NU.nl/Erik de Rijk)

Kiekendief steeds minder gezien

Ralph Buij, ecoloog van de Wageningen University & Research (WUR), vertelt dat het aantal buizerds in Nederland de afgelopen decennia flink is toegenomen. "Van enkele honderden tot meer dan tienduizenden broedparen nu."

Die groei is toe te schrijven aan de flink verminderde hoeveelheid pesticiden die in de landbouw wordt gebruikt. Ook de zeearend, slechtvalk, rode wouw en oehoe komen steeds meer voor in Nederland, zegt Buij.

Toch is het algehele beeld van de roofvogel in Nederland lang niet overal rooskleurig. De blauwe en bruine kiekendief, boomvalk, wespendief en ransuil worden volgens Buij steeds minder gezien. Regionaal geldt dat ook voor de havik en sperwer.

Sierdsema: "De meeste soorten in Nederland hebben het moeilijk. Door de bank genomen is er weinig positiefs te melden over roofvogels in Nederland."