Duitse wetenschappers hebben aan de hand van eerder gevonden fossielen een nieuwe voorganger van de aap ontdekt. Het gaat om een variant die miljoenen jaren geleden een manier ontwikkelde om op de achterpoten te lopen.

Van de aap, genaamd Danuvius guggenmosi, zijn complete beenbotten gevonden in de Duitse deelstaat Beieren. De primaat kon volgens de onderzoekers niet alleen met zijn armen aan takken hangen, maar had in tegenstelling tot gibbons en orang-oetans ook rechtopstaande achterpoten waarmee hij kon lopen.

Ook de manier waarop de grote teen van de aap stond, duidt er volgens de onderzoekers op dat het dier op zijn hele voetzool liep. Een artikel van het onderzoek verschijnt deze week in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Volgens evolutiedeskundige Fred Spoor, die tevens onderzoeker is bij het Natural History Museum in Londen, gaat het om een belangrijke vondst. "We weten heel veel van menselijke evolutie, maar praktisch niks over waar de chimpansee of orang-oetan vandaan is gekomen. Daar zijn haast geen fossielen van, omdat zij in het bos leefden."

"De mens is op een gegeven moment het bos uit getrokken en bij water gaan leven. Bij rivierbeddingen bijvoorbeeld krijg je goede fossielen", legt hij uit.

Danuvius guggenmosi leefde ongeveer 11,6 miljoen jaar geleden tijdens het tijdperk mioceen, miljoenen jaren voordat de splitsing plaatsvond tussen de mens en chimpansee. Volgens Spoor is de ontdekking dan ook niet te koppelen aan de evolutie van de mens, maar toont die wel aan dat lopen op twee benen al bij de vroege apen voorkwam en dat deze eigenschap niet louter aan de mens valt toe te schrijven.