Een grote groep dieren kan zich niet snel genoeg aanpassen aan het veranderende klimaat. Daardoor komen soorten met een grote populatie, zoals mussen, eksters en herten, in de problemen. De winterslaap, migratie en voortplanting van deze dieren worden ontregeld door de veranderende omstandigheden.

Dat blijkt uit onderzoek van het Leibniz Institute for Zoo and Wildlife Research (Leibniz-IZW). De bevindingen zijn gepubliceerd in Nature. Eerdere onderzoeken wezen er al op dat sommige biologische gebeurtenissen in het geval van stijgende temperaturen eerder plaatsvinden, zoals het leggen van eieren door vogels en het uitvliegen van insecten.

Onderzoeker Viktoria Radchuck van het Leibniz-IZW spreekt van een zorgwekkende situatie. "Persoonlijk vind ik de resultaten alarmerend. Soorten proberen zich aan te passen aan de veranderende omgeving, maar ze kunnen het niet in een tempo dat ervoor zorgt dat populaties levensvatbaar blijven."

Een internationaal team van 64 onderzoekers analyseerde meer dan tienduizend wetenschappelijke studies. Die literatuur werd gekoppeld aan gegevens over klimaatverandering. Vervolgens werd er gekeken of eigenschappen van de onderzochte dieren waren veranderd in een bepaalde periode, bijvoorbeeld een grotere overlevingskans of een groter aantal nakomelingen.

Amfibieën het best aangepast

Uit de studie blijkt dat amfibieën zich het best hebben aangepast, gevolgd door insecten en vogels. Volgens de onderzoekers is de kans dat geen van de onderzochte soorten gevaar loopt "vrijwel nul".

Het onderzoek richtte zich vooral op vogels, omdat gegevens over andere diersoorten schaarser zijn. Onderzoeker Stephanie Kramer-Schadt vreest voor de uitkomsten van onderzoek onder bedreigde diersoorten. "We vrezen dat de voorspellingen voor dergelijke soorten nog pessimistischer zullen zijn."