Japanse walvisvaarders hebben maandag, kort nadat het verbod op walvisjacht officieel was opgeheven, weer de eerste walvissen gevangen. Het einde van het jachtverbod is zowel binnen als buiten Japan omstreden.

De commerciële walvisjacht, waar eind jaren tachtig een verbod op was ingesteld, werd maandagochtend hervat. De vloten vertrokken vanuit de havens van Kushiro en Shimonoseki.

Een van de schepen is maandagmiddag teruggekeerd met een 8 meter lange dwergvinvis. Ook een ander schip heeft een walvis gevangen, maar dat is nog niet teruggekeerd in de haven. De details van dat gevangen dier zijn daarom nog niet bekend.

Walvisvaarders mogen tot het einde van dit jaar maximaal 227 walvissen voor commerciële doeleinden vangen. Dat is minder dan de 330 walvissen die Japan jaarlijks vangt in het kader van wetenschappelijk onderzoek.

Tegenstanders van de walvisjacht stellen dat Japan wetenschappelijk onderzoek gebruikt als excuus voor het jagen op de zeezoogdieren, omdat het vlees alsnog in de winkels belandde. Zo'n 0,1 procent van het vlees dat jaarlijks in Japan wordt gegeten, is afkomstig van walvissen.

De Japanse autoriteiten kondigden in december aan uit de internationale walvisvaartcommissie te stappen.