Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) wordt het landelijke coördinatiecentrum voor de eikenprocessierups. Dit jaar lijkt de strijd tegen de rups echter verloren, dus richt KAD-directeur Bastiaan Meerburg zich vooral op volgend jaar.

Minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) maakte de komst van het centrum donderdag bekend. "Vanuit het publiek, groenbeheerders, tuineigenaren, overheden en agrariërs is behoefte aan eenduidige informatie", aldus het ministerie.

Het is volgens experts hoog tijd dat de bestrijding van de rups straks wordt gecoördineerd. "Beter laat dan nooit", drukt Meerburg zich in gesprek met NU.nl in diplomatieke bewoordingen uit.

Sinds 2013 ligt de bestrijding van de eikenprocessierups op het bordje van de gemeenten. Dit betekent dat de gemeenten hun eigen beleid mogen bepalen. Het KAD functioneert voor veel gemeenten al als meldpunt.

In de praktijk komt het er echter vaak op neer dat gemeenten alleen aan symptoombestrijding doen, legt Meerburg uit. "Omdat zij steeds reageren op een plaag en niet proactief werken, blijven ze altijd achter de feiten aanlopen."

Gemeenten doen dat niet uit onwil, maar de lokale overheden zijn nou eenmaal sterk afhankelijk van budgetten die vooraf worden vastgesteld. Plagen doen zich echter niet altijd voor en dus maken gemeenten niet altijd van tevoren geld beschikbaar voor een preventiebeleid.

De plaag van de zomer: de eikenprocessierups
67
De plaag van de zomer: de eikenprocessierups

Burger kan belangrijke rol spelen bij bestrijden rups

Volgens Meerburg moet je "erbovenop zitten" als je een plaag wil voorkomen. Hoe het coördinatiecentrum dit gaat doen, moet nog duidelijk worden. Het KAD gaat hier volgende week met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid en het Kenniscentrum Eikenprocessierups over praten.

Als het aan Meerburg ligt, dan gaat de burger een belangrijke rol spelen bij de bestrijding van de rupsen. "Die kunnen ons bellen en vertellen waar de rupsen zitten en dan kan er samen met de gemeente direct worden geacteerd." Het KAD heeft volgens Meerburg dan wel een callcenter en extra menskracht nodig om alle telefoontjes te verwerken. Ook zijn er volgens hem nieuwe computersystemen nodig om landelijk gegevens over de eikenprocessierups op te kunnen slaan.

Gemeenten doen vooral aan symptoombestrijding, zoals het opzuigen van eikenprocessierupsen, die in grote groepen op bomen zitten. (Foto: ANP)

Brandharen van de rups veroorzaken irritatie longen en huid

Tussen de 60.000 en 100.000 mensen hebben dit jaar last van de rups. Hiermee is het de ergste plaag sinds de jaren 1996 en 1997, toen Nederland zich bewust werd van de vervelende eigenschappen van de rups.

De dieren zijn hooguit 3 centimeter lang en verplaatsen zich altijd in grote groepen over bomen die de rupsen tijdens de lente kaalvreten. De haren, die zich door de lucht verspreiden, kunnen flinke irritatie aan huid of longen veroorzaken.

Mede door het steeds warmere weer neemt het aantal rupsen ieder jaar toe.

KAD beschikt over kennis en contacten

Het KAD heeft veel ervaring met het bestrijden van dierplagen, zoals die van de eikenprocessierups. Ook geeft het kenniscentrum cursussen aan groenbeheerders en boomverzorgers over hoe de rups het beste bestreden kan worden. Dit varieert van het uitzetten van aaltjes tot het omkappen van bomen.

Daarnaast wordt op de website van het KAD een uitgebreide kennisbank bijgehouden.

Bovendien heeft het KAD goede contacten met gemeenten en functioneert het centrum voor enkele tientallen gemeenten al als meldpunt. Dat laatste was voor Schouten een belangrijke reden om het KAD als landelijk centrum aan te wijzen.

Rijk moet met geld over de brug komen

Maar om het hele land rupsvrij te houden, is eerst geld nodig vanuit het Rijk. Hoeveel Meerburg hiervoor krijgt, hoort hij waarschijnlijk volgende week van minister Schouten.

Als het budget rond is, hoopt Meerburg zo snel mogelijk "up and running" te zijn richting het nieuwe rupsenseizoen. "Hopelijk kunnen we dan voorkomen dat de plaag zo groot wordt als dit jaar."

Tot die tijd zijn gemeenten nog niet van de eikenprocessierups af. Medio juli en in augustus vliegen de vlinders uit en is het einde van de cyclus bereikt. Mensen kunnen daarna nog overlast ervaren van de brandharen, die uit de nesten waaien.