In een van Afrika's grootste natuurreservaten is een jaar lang geen enkele olifant gevonden, die door stropers is gedood. Een buitengewone ontwikkeling, want de afgelopen jaren werden duizenden dieren afgeslacht in het Niassa-reservaat in het noorden van Mozambique.

De ommekeer zou het gevolg zijn van snellere interventies en verbeterde patrouilles onder meer vanuit de lucht, meldt de in New York gevestigde Wildlife Conservation Society (WCS), die het reservaat beheert met de Mozambikaanse regering en verschillende andere partners.

Ondanks de geboekte vooruitgang kan het volgens de organisatie nog jaren duren voordat de olifantenpopulatie van Niassa weer terug is op haar oude niveau, zelfs als het stropen een halt kan worden toegebracht.

Stroperij in het reservaat had tot gevolg dat het aantal olifanten in het park in 2016 was gedaald van 12.000 tot 3.600 dieren.

'Reële kans op herstel voor olifanten'

De nieuwe interventiemiddelen, waarvoor de Mozambikaanse president Felipe Nyusi persoonlijk opdracht had gegeven, bieden Niassas olifanten "een reële kans op herstel", meldt het WCS.

Het succesvolle jaar werd bij toeval ontdekt door WCS-directeur James Bampton toen hij wat gegevens van het reservaat aan het doornemen was. Hij spreekt tegenover persbureau AP van een "opmerkelijke prestatie".

De laatste keer dat een olifant in het Niassa-reservaat als gestroopt werd geregistreerd, was op 17 mei 2018, geeft Bampton aan.

Olifanten nog steeds met uitsterven bedreigd

Desalniettemin wordt de olifant nog altijd met uitsterven bedreigd. In heel Afrika worden nog steeds veel olifanten gestroopt voor hun slagtanden.

Ook hebben de dieren minder leefruimte, omdat zij dichter bij de bewoonde wereld komen te leven. Dit zorgt volgens het Wereldnatuurfonds voor conflicten tussen mens en dier.