Zuid-Holland en Utrecht mogen ganzen vangen en doden, oordeelt de Raad van State woensdag in hoger beroep. De provincies hadden toestemming gegeven voor het vergassen van de vogels, maar die besluiten probeerde de Faunabescherming terug te draaien.

De Faunabeheereenheid kreeg begin 2017 in Zuid-Holland en Utrecht van de provincies een tijdelijke ontheffing om duizenden ganzen te vangen en te doden. Dit is bedoeld ter bescherming van gewassen en het vliegverkeer van Schiphol en Rotterdam The Hague Airport.

De Faunabescherming stelt dat deze maatregelen niet noodzakelijk zijn en had daarom bezwaar ingediend. Het Zuid-Hollandse provinciebestuur had het bezwaarschrift gedeeltelijk gegrond verklaard. In Utrecht werd het bezwaarschrift ongegrond verklaard.

Rechtbanken oordeelden twee jaar geleden in beide zaken dat de bezwaren van de Faunabescherming wel gegrond zijn. De provincies moesten zich van de rechters opnieuw over de bezwaren buigen.

Het Utrechtse provinciebestuur nam vervolgens hetzelfde besluit over het bezwaarschrift van de belangenorganisatie. De bezwaren hiertegen van de Faunabescherming zijn nu door de Raad van State ongegrond verklaard.

Raad van State: 'Geen andere oplossing'

"Het college heeft aannemelijk gemaakt dat er geen andere bevredigende oplossing is dan het vangen en doden van ganzen", klinkt het oordeel over de Utrechtse poging om schade aan gewassen te voorkomen.

Ook in Zuid-Holland heeft het provinciebestuur gelijk gekregen. Het college heeft volgens de Raad van State "nauwkeurig en treffend" onderbouwd waarom er geen andere bevredigende oplossing is dan het verkleinen van de ganzenpopulatie in de provincie.

De Faunabeheereenheid mag in de provincies tot en met 31 juli ganzen vangen en doden. In Zuid-Holland geldt dit ook in 2020 voor de periode van 15 mei tot en met 31 juli.