Dit weekend zijn ruim tienduizend minder bijen geteld tijdens de tweede Nationale Bijentelling van Nederland Zoemt dan tijdens de telling van vorig jaar. Door de kou lieten veel bijen zich niet zien. Daarom is de telling verlengd tot en met 19 april.

Er werden dit weekend meer dan 19.000 bijen geteld door 2.600 deelnemers. In 2018 werden er in twee dagen tijd nog meer dan 30.000 bijen geteld.

Het verschil hangt samen met de lagere temperaturen. Vorig jaar was het tijdens de telling met gemiddeld zo'n 20 graden een stuk warmer. "Met de warme dagen op komst, verwachten we dat er nog veel waarnemingen bijkomen", aldus Dorien Ackerman van Nederland Zoemt.

Door de kou lieten de bijensoorten die hier niet goed tegen kunnen zich vooral op zaterdag niet zien. De meest getelde soort in 2019 is de honingbij, gevolgd door de aardhommel en de rosse metselbij.

Twee op de drie getelde bijen zijn wilde bijen. "De rosse metselbij - die zich thuis voelt in een stedelijke omgeving - profiteert van de vele bijenhotels, die overal in tuinen en bij huizen te vinden zijn. Dit geldt overigens ook voor nummer vijf op de lijst, de gehoornde metselbij", aldus Biesmeijer.

Hommel door koud weer relatief vaker geteld

Er waren juist wel relatief veel hommels te zien, omdat deze soort stevig behaard is en goed tegen kou kan.

"Hommels zijn dicht behaard en hebben een uniek fysiek voordeel ten opzichte van andere bijen. Ze kunnen zichzelf opwarmen met de vliegspieren in hun borst, voordat ze een vlucht maken naar een plant of bloem", aldus hoogleraar Natuurlijk Kapitaal Koos Biesmeijer.

Om ontwikkelingen in bijenpopulaties te analyseren, moet er volgens Nederland Zoemt ongeveer vijf jaar achter elkaar worden geteld, om zo bijvoorbeeld invloeden van het weer te kunnen uitsluiten.