Twee Duitse studies hebben aangetoond dat de vogelpopulatie van insectenetende vogels in Europa de laatste 25 jaar met gemiddeld 13 procent is afgenomen. Bij insectenetende landbouwgrondvogels is de achteruitgang veel groter dan bij de insectenetende bosvogels.

Op akkers, weilanden en weiden is de afname van de populaties van deze vogels, zoals bijvoorbeeld de kievit en de graspieper, dan ook het grootst. Uit de onderzoeken is echter ook gebleken dat niet alleen de teruggang van het aantal insecten daar een oorzaak van is.

"Het is waarschijnlijk een combinatie van meerdere factoren, bijvoorbeeld verlies van insecten en dus voedsel en verlies van hagen en dus broedplaatsen", zegt onderzoeker Katrin Böhning-Gaese. Hier zouden zaken als klimaatverandering en de intensivering van de landbouw weer aan ten grondslag kunnen liggen.

Ongeveer de helft van alle vogelsoorten in Europa voedt zich met insecten, maar er zijn grote verschillen te zien in de dalingen van populaties. Zo is er in de meeste leefgebieden is alleen sprake van een daling bij geïsoleerde soorten. De ene vogelsoort heeft bovendien meer last van de verschillen in temperatuur, waar een andere soort vooral te kampen heeft met het verdwijnen van broedplaatsen.