De twintigduizend zeekoeten die in januari aanspoelden op de Waddeneilanden zijn gestorven door verhongering. Er is geen link met het containerschip de MSC Zoe, dat in diezelfde maand honderden containers verloor op de Waddenzee.

Dat blijkt uit door Wageningen Marine Research en de Universiteit Utrecht uitgevoerd onderzoek, laat minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) vrijdag weten in een brief (pdf) aan de Tweede Kamer.

Omdat het incident met de MSC Zoe begin januari plaatsvond, werd de vraag gesteld of dit misschien te maken kon hebben met de massale zeekoetensterfte. "Uit het onderzoek blijkt dat de zeekoeten weliswaar massaal zijn gestorven ten tijde van het containerincident, maar niet als gevolg daarvan", schrijft Van Nieuwenhuizen.

De onderzoekers concluderen dat verhongering de doodsoorzaak is geweest, omdat de vogels "extreem vermagerd" waren. In de magen van de zeekoeten zijn geen grote hoeveelheden plastic gevonden en de dieren zijn niet aantoonbaar ziek geweest.

'Zeekoeten maakten moeilijk broedseizoen door'

Ook komt naar voren dat de meeste zeekoeten rond een half jaar oud waren. De dieren maakten een moeilijk broedseizoen door in Schotland, daardoor is het volgens de onderzoekers aannemelijk dat veel van de jonge vogels al zwak waren toen zij de kolonie verlieten.

"Op zee konden de zeekoeten niet vissen naar hun normale voedsel en moesten zij het doen met kleinere prooien. Daardoor bleven de vogels verzwakt en gaf de storm - die ook het containerverlies van de MSC Zoe veroorzaakte - de doorslag", zeggen de onderzoekers.

Ondanks de massale sterfte blijven de gevolgen voor de totale populatie zeekoeten beperkt. Er leven ongeveer anderhalf miljoen zeekoeten in de Noordzee.

Meeste vogels spoelden aan op Terschelling en Ameland

In een periode van een aantal weken spoelden veel dode en verzwakte zeekoeten aan op de stranden van de Waddeneilanden. De meeste vogels strandden op Terschelling en Ameland, aldus onderzoeker Mardik Leopold.

Meer dan vijftig levende zeekoeten werden naar Vogelopvang Terschelling gebracht. Het viel Monique Reinders van de vogelopvang destijds al op dat de beestjes die binnenkwamen "heel erg mager" waren. Ook zat er bloed aan hun achterzijde en poepten ze een zwarte, waterige en stinkende smurrie.