Een groep van ongeveer 180 konikpaarden in de Oostvaardersplassen verhuist dit jaar naar natuurgebieden in Spanje en Wit-Rusland, meldt Staatsbosbeheer woensdag. Deze transporten dragen bij aan het terugbrengen van het aantal dieren in het natuurgebied.

De Provinciale Staten van Flevoland heeft in juli vorig jaar ingestemd met een nieuw beleid voor de Oostvaardersplassen, nadat in de winter grote ophef ontstond over het welzijn van de dieren.

Volgens dit beleid moet het aantal grote grazers in het gebied worden teruggebracht naar zo'n elfhonderd. Om die reden schiet Staatsbosbeheer achttienhonderd edelherten af. De populatie heckrunderen blijft onveranderd. Het aantal konikpaarden wordt middels overplaatsingen teruggebracht naar 450.

Gedeputeerde Harold Hofstra reageert positief op de aangekondigde transporten van de konikpaarden. "Hiermee hebben we weer een belangrijke stap gezet in de uitvoering van het nieuwe beleid voor Oostvaardersplassen", stelt Hofstra.

Ook Staatsbosbeheer-directeur Sylvo Thijsen spreekt van een belangrijk moment. "De paarden verhuizen naar natuurgebieden waar de paarden verder in familieverband kunnen leven. In hun nieuwe leefgebieden zullen de paarden met hun begrazing een bijdrage leveren aan de verbetering van de natuurwaarden en een gevarieerd landschap."

Eerste paarden op korte termijn naar Spanje

In de nacht van dinsdag op woensdag zijn dertig konikpaarden in de vangkraal gelopen. Een groep van 25 tot dertig paarden zal op korte termijn op transport worden gezet naar het Spaanse natuurgebied Atapuerca.

Staatsbosbeheer laat weten een vrachtwagen met hooi uit Nederlandse natuurgebieden met de paarden mee te sturen, omdat de natuurlijke vegetatiegroei in Spanje nog niet volledig op gang is gekomen.

De dieren gaan in Spanje een gebied van 175 hectare delen met achttien Schotse hooglanders. Het natuurgebied bestaat volgens Staatsbosbeheer vooral uit open bos met een ondergroei van gras en op verschillende open plekken heide.

Verhuizing naar Wit-Rusland in begin juni

Zo'n 150 konikpaarden gaan naar het Naliboksky-woud, het grootste bosgebied van Wit-Rusland. Omdat de dieren voor vertrek een maand in quarantaine moeten, zijn veel merries hoogdrachtig op het moment van transport. Daarom vindt de verhuizing pas begin juni plaats.

Ook bij aankomst moeten de grazers weer een maand in quarantaine. Daarna worden ze losgelaten in het natuurreservaat met een oppervlakte van 87.000 hectare. In het gebied leven wisenten, elanden, edelherten en wilde zwijnen.