Walvissen hadden tijdens de Tweede Wereldoorlog heel veel last van stress. Dat komt waarschijnlijk door zeeslagen en het ontploffen van bommen en mijnen onder water. Amerikaanse en Britse wetenschappers schrijven dat in het blad Nature Communications.

De onderzoekers bestudeerden oorsmeer van gewone vinvissen, bultruggen en blauwe vinvissen. Zulke propjes liggen in natuurhistorische musea over de hele wereld.

In dat oorsmeer is terug te vinden welke hormonen de dieren in hun leven hebben aangemaakt en aan wat voor vervuiling ze zijn blootgesteld. De oudste prop is van het jaar 1870, de recentste is twee jaar oud.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleken de walvissen veel cortisol te hebben aangemaakt. Cortisol is een hormoon dat bij stress wordt aangemaakt.

Ook de walvisjacht was een bron van stress voor de walvissen. In de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw werden tienduizenden vinvissen en bultruggen gedood. In de jaren zestig, toen de walvisvangst werd hervat, maakten de walvissen ook meer cortisol aan. Dit betekent dat ze gestrest waren.

In de jaren zeventig nam de jacht op walvissen enorm af en het cortisolniveau van de dieren daalde daardoor ook. Daarna is het niveau echter weer gestegen. Dat kan komen door de toename van scheepvaart, door vervuiling en stijgende zeetemperaturen.