Het aantal walvisachtigen in de Noordzee neemt toe. De afgelopen decennia zijn er meer bultruggen, potvissen en bruinvissen gezien, zowel in het water als op de kusten van omringende landen.

In de nieuwste uitgave van Lutra, het wetenschappelijke tijdschrift van de Zoogdiervereniging, stellen wetenschappers dat het aantal walvisachtigen die stranden rond de Noordzee de laatste decennia is gestegen, meldt Nature Today. Ook worden er meer levende dieren gezien in de wateren.

Op de Belgische en Deense kusten spoelen vooral bruinvissen aan. Deze walvissen worden ook door vliegtuigtellingen vaak gezien terwijl ze in het voorjaar en tijdens de zomer in de Nederlandse wateren verblijven. Op Nederlandse stranden spoelen vooral potvissen aan.

Sinds de jaren negentig is er ook een stijging in het aantal bultruggen dat op stranden aanspoelt of levend wordt gezien in het water. Dat wijst er volgens onderzoekers op dat bultruggen, eenmaal aanwezig in de Noordzee, voldoende voedsel kunnen vinden om te overleven.

Waar bijna alle soorten walvissen vaker worden waargenomen, lijkt het aantal witsnuitdolfijnen juist af te nemen. De witsnuitdolfijn was ooit inheems in de gehele Noordzee, maar wordt tegenwoordig nauwelijks meer waargenomen in het noordelijke deel.

Klimaatverandering waarschijnlijke oorzaak verschuiving leefgebied

Veranderingen van milieufactoren die samenhangen met klimaatverandering worden genoemd als de voornaamste reden van het verschil in waarnemingen en strandingen. Zo llijkt er een samenhang te bestaan tussen het aantal gestrande potvissen en temperatuur op zee en op het land.

Ook de afname van de commerciële walvisvangst en het verschuiven van de leefomgeving van prooi dragen bij aan de veranderingen in de walvispopulatie. Van bultruggen wordt bovendien vermoed dat zij zelf ondernemender zijn geworden en meer geneigd tot het bezoeken van nieuwe gebieden.