De populatie bruinvissen in de Oosterschelde herstelt zich weer. Tot die conclusie komt de Stichting Rugvin na de tiende jaarlijkse bruinvistelling.

De circa dertig vrijwilligers spotten zaterdag veertig bruinvissen. Dat zijn er meer dan vorig jaar; toen er 34 werden geteld. De vrijwilligers spotten de bruinvissen op acht schepen die in parallelle linie over de Oosterschelde voeren. Woordvoerder Frank Zanderink spreekt van een "gezonde populatie'' van de soort. "De slechte tijd is achter de rug, er zit weer groei in.''

Stichting Rugvin doet al jaren onderzoek naar het voorkomen van bruinvissen in de Oosterschelde. Vastgesteld is dat deze kleine walvisachtigen maar beperkt door de Oosterscheldekering zwemmen en dat de hoge sterfte sinds 2011, grotendeels door verhongering werd veroorzaakt.

In 2011 werden maximaal 61 bruinvissen geteld. Dat aantal is in de jaren erna niet meer geteld. In 2017 halveerde de populatie bijna, toen er dus 34 bruinvissen werden gespot. Er is nu weer sprake van een natuurlijke aanwas, stelt Zanderink vast.

Bruinvissen zijn de kleinste soort walvisachtigen in de Noordzee en lijken op dolfijnen. Volwassen dieren zijn tot 1.80 tot 1.90 meter lang, kalfjes zijn ongeveer 70 tot 80 centimeter. Wat deze groep uniek maakt, is dat zij het hele jaar in de Oosterschelde verblijven.