De tuinvlindertelling heeft dit jaar tot een schamele uitkomst geleid. Volgens de Vlinderstichting is het lang niet voorgekomen dat er zo weinig vlinders in de tuinen zijn waargenomen.

Vanwege het tienjarige jubileum werd de telling dit jaar over tien dagen verspreid in plaats van een weekend. Hierdoor kwam het aantal vlinders met 29.048 hoger uit, maar het gemiddelde was een stuk lager.

Er werden nu per tuin gemiddeld acht vlinders geteld, vorig jaar waren dat er vijftien. Het aantal verschillende soorten vlinders kwam uit op 3,5. In 2017 waren dat er nog tussen de zeven en acht.

"We hadden juist op veel vlinders gerekend, omdat ze houden van het warme weer. Maar deze hitte en droogte is voor de vlinders toch te gek", aldus de woordvoerder van de stichting. "Zo stil is het nog nooit geweest. Het lijkt erop dat ze zich verschuilen of het niet redden, omdat veel planten zijn verdroogd."

Het klein koolwitje werd het meest geteld (16.762), gevolgd door het groot koolwitje (9.013). De atalanta, die de afgelopen jaren het meest werd geteld, werd nu 6.268 keer waargenomen.

De Vlinderstichting denkt dat het diertje met de kenmerkende zwarte vleugels het zwaar heeft in warme omstandigheden.

"De vlinders hebben het al zwaar door het verdwijnen van het groen in de tuinen en de bestrijdingsmiddelen. We vrezen dat de hitte een genadeslag zal zijn voor een aantal soorten."