De Vogelbescherming stelt dinsdag op basis van tussentijdse resultaten van een vierjarige proef dat de krimpende insectenpopulatie met de juiste maatregelen snel kan herstellen.

Het onderzoek is een samenwerking tussen onder meer landbouwers, wildbeheergroepen en landschapsbeheerders uit Noord-Brabant en Zeeland.

Uit onderzoeken in bepaalde natuurgebieden in Nederland blijkt dat de insectenpopulatie in de afgelopen dertig jaar met 75 procent geslonken is, wat grote gevolgen voor onder andere insectenetende vogels heeft. Uit die enorme afname van het aantal insecten in een aantal natuurgebieden wordt geconcludeerd dat het aantal insecten in heel Nederland daalt.

Bij het experiment zijn op een enorm veld van 500 hectare onder meer hagen, bloempercelen en zogeheten keverbanken aangelegd. Twee jaar na de start van de test blijkt dat het aantal insecten op het veld enorm toegenomen is.

Wekelijks telden studenten en onderzoekers de populatie en zij stelden daarbij ook een toename in de soorten vast. Ook werden er meer patrijzen, hazen en wintervogels gezien. Voor een net zo groot perceel waar niet ingegrepen was, gold dat niet.

Diversiteit

"De verschillen met ons referentiegebied waar geen maatregelen zijn genomen, zijn erg groot", zegt Jochem Sloothaak, coördinator soortenbescherming van Brabants Landschap tegen de Vogelbescherming. "Meer insecten betekent dat het onder in de voedselpiramide weer de goede kant op gaat."

Volgens Sloothaak worden er tijdens bijna elke monitoringsronde nieuwe soorten gevonden. De gekorrelde veldloopkever, de gele glimmer, de grote spitskop en de behaarde schaduwwants lopen nu in het testveld rond, terwijl die daar voor het experiment nog niet leefden. "Een teken dat niet alleen de aantallen, maar ook de diversiteit aan het herstellen is. Akkervogels hebben namelijk een breed scala aan insecten nodig en niet elke dag een boterham met kaas", aldus Sloothaak.

Het onderzoek wordt in vijf landen uitgevoerd met behulp van EU-subsidie.