Het gaat nog altijd ''niet best'' met de vlinders in Nederland. Dat constateert de Vlinderstichting in haar jaarverslag. De helft van de 47 soorten waarvan de stichting trends in kaart heeft gebracht, gaat achteruit. Sinds 1992 is het totale aantal vlinders met zo'n 40 procent gedaald, blijkt uit tellingen van de Vlinderstichting.

Vrijwilligers houden op honderden vaste routes in het land wekelijks de vlinderstand bij. Uit hun waarnemingen blijkt dat 2017 een jaar van extremen was: goed voor sommige soorten, dramatisch voor andere.

Een van de probleemgevallen is de heivlinder, die volgens de onderzoekers minder voorkomt doordat heidegebieden dichtgroeien als gevolg van te hoge concentraties stikstof. Ook zijn leefgebied is versnipperd.

Met elf soorten gaat het juist goed. En de meest geziene soort, het bruin zandoogje, is ''uiterst stabiel''. Het heideblauwtje staat op de tweede plaats. Witjes waren er juist opvallend weinig.

De onderzoekers hebben hun gegevens gepubliceerd op de website Nature Today.

Vliegende insecten

Niet alleen vlinders, maar ook andere insecten verdwijnen uit de natuur. Uit een vorig jaar gepubliceerde Nederlands-Duitse studie werd duidelijk dat driekwart van de vliegende insecten sinds 1989 is verdwenen. 

''Dat kan dramatische gevolgen voor de landbouw hebben. Insecten zijn belangrijk voor het bestuiven van gewassen, maar spelen ook op andere gebieden een cruciale rol", aldus het Netherlands Ecological Research Network (NERN). 

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!