De huismus is opnieuw de meest getelde vogel in de Nederlandse tuinen. Dit blijkt uit voorlopige cijfers van de Nationale Tuinvogeltelling van afgelopen weekend.

De huismus voert al jaren de lijst aan in de jaarlijkse Nationale Tuinvogeltelling, een door Vogelbescherming Nederland en Sovon Vogelonderzoek georganiseerd evenement.

Tijdens de vijftiende editie kon iedereen geziene vogels doorgeven via een speciale app aan de beschermorganisatie. Ongeveer zestigduizend mensen telden tot nu toe mee.

Merels

Opvallend noemt Vogelbescherming het dat dit jaar veel minder merels gezien werden dan afgelopen jaren. Gemiddeld werd per tuin anderhalve merel geteld, terwijl dit aantal de voorgaande jaren boven de twee lag.

Oorzaak van de achteruitgang van het aantal getelde merels is mogelijk het Usutuvirus. Dit voor merels dodelijk virus werd afgelopen jaren in vooral Oost-Nederland geconstateerd. Om de daadwerkelijke oorzaak van het lage aantal merels vast te stellen zal nader onderzoek nodig zijn, aldus de organisatie.

De huismus werd in minder dan de helft van de tuinen waargenomen. "Mussen zijn echter echte groepsvogels. Zit 'ie in de tuin dan ook meteen met een heleboel bij elkaar. Gemiddelde bestond een groep mussen in de tuin uit acht exemplaren", aldus Vogelbescherming.

Koolmees

Op nummer twee staat de koolmees en op drie de pimpelmees. Het aantal in de tuin getelde pimpelmezen neemt overigens al gedurende een aantal jaren langzaam af. De reden hiervoor is niet duidelijk. Op nummer vier, voor de merel, eindigde het kauwtje.

Op nummer zes volgt de vink, op zeven de Turkse tortel, op acht de houtduif, op negen de ekster en op tien de roodborst. Dit is overigens de voorlopige top 10 van zondagmiddag, mensen kunnen nog tot maandag 12.00 uur hun telling insturen.