De damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen en het nationaal park Zuid-Kennemerland mogen afgeschoten worden. Dit heeft de Raad van State woensdag besloten in een hoger beroep in de zaak. 

De afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de ontheffingen voor het doden van de damherten, die de provincies Noord- en Zuid-Holland vorig jaar verleend hebben, geldig zijn. 

In de ontheffingen stond dat de populatie van de damherten in de natuurgebieden naar duizend moet worden teruggebracht. De Dierenbescherming en de Faunabescherming gingen hiertegen in hoger beroep, nadat eerder de rechtbanken van Den Haag en Noord-Holland hun bezwaren ongegrond hadden verklaard. 

Volgens de Raad van State is de noodzaak van het afschieten van de damherten door de provincies voldoende onderbouwd. De populatie is enorm gestegen van 150 damherten in 2000 naar 3.765 in 2015.

Verkeersongelukken 

Uit onderzoek zou gebleken zijn dat het aantal bloemen- en plantensoorten in de gebieden afneemt omdat de damherten grazen. In de Waterleidingduinen komen daarnaast vrijwel geen reeën meer voor omdat er minder geschikt voedsel voor hen overblijft. 

Met het afschieten van de damherten zou ook het risico op verkeersongelukken worden verkleind. Eerdere maatregelen hiertegen hebben onvoldoende resultaat laten zien, oordeelt de bestuursrechter.