Sea Shepherd vaart niet meer uit tegen Japanse walvisvaarders in de Zuidelijke IJszee. Volgens de organisatie zijn de Japanse schepen te goed uitgerust en heeft het werk van de actievoerders geen zin meer.

Sea Shepherd vaart sinds de jaren zeventig uit om walvisvaarders op zee te blokkeren. Sinds 2005 voert de organisatie actie bij Antarctica om te voorkomen dat Japanse schepen walvissen kunnen vangen. 

Volgens de BBC kan de organisatie het niet meer opnemen tegen de technologische middelen waarmee de Japanse schepen zijn uitgerust. "Japan gebruikt militaire surveillancetechnieken om onze schepen in de gaten te houden. Met een satelliet zien ze meteen waar onze schepen zich bevinden, ze kunnen ons makkelijk omzeilen," zegt oprichter Paul Watson tegen de Britse omroep.

Watson beschuldigt Australië, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten ervan met Japan samen te spannen tegen de actievoerders. "We beschikken niet over hun geld en hun technologie. We moeten een alternatieve manier vinden om met Japan af te rekenen, en dat zal ons lukken," aldus Watson. De kapitein gaf geen details over de toekomstplannen van Sea Shepherd.

Verbod

In 2014 verbood het Internationale Hof van Justitie de commerciële walvisvangst door Japan. Het land beroept  zich sindsdien echter op wetenschappelijke doeleinden en blijft de dieren vangen. Dit zijn er wel minder. Volgens Watson ligt het actuele vangstquotum op 333 walvissen per jaar, tegenover 1.035 in 2005.

Sea Shepherd werd in 1977 opgericht in de VS. Het hoofdkantoor is gevestigd in Amsterdam en twee schepen varen onder Nederlandse vlag.