Aantal boerenlandvogels in laatste vijftig jaar met 70 procent teruggelopen

Het aantal boerenlandvogels is sinds 1960 met ruim tweeënhalf miljoen afgenomen. Enkele soorten zijn al bijna niet meer in het agrarische beeld te vinden.

Van de veldleeuwerik zijn naar schatting 750.000 van de 1,1 miljoen broedparen verdwenen. Ook bij de patrijs (93 procent), zomertortel (92 procent), ringmus (93 procent) en de grutto (68 procent) waren grote afnames te zien in de aantallen. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag.

Hoewel laatste jaren werk is verricht om de boerenlandvogels te beschermen, is van een afvlakking nog geen sprake. De daling in het aantal boerenlandvogels beperkt zich niet alleen tot Nederland; ook in de rest van Europa is een afname te zien. Het European Bird Census Council berekende dat sinds 1980 zo'n 300 miljoen broedparen zijn verdwenen in Europa.

In Nederland komt de afname volgens het CBS mede door het onttrekken van landbouwgrond voor woningbouw en wegen. Ook zorgt het meer en vaker bemesten en maaien van het land voor een vermindering van de hoeveelheid en diversiteit van de insecten die vogelsoorten eten. Bovendien verdwijnen door intensiever mesten en maaien vaak vogelnesten.

Ganzen

Terwijl het aantal boerenlandvogels in Nederland sterk afneemt, is de ganzenpopulatie de laatste vijftig jaar vertienvoudigd. In januari 2014 waren er in Nederland ongeveer 2,4 miljoen ganzen. De meest voorkomende ganzensooren zijn de kolgans (863.000), brandgans (654.000) en de grauwe gans (415.00). De laatste jaren is ook een stijging te zien bij de Canadese gans en de Nijlgans.

De gans wordt niet als een boerenlandvogel beschouwd. Dat komt omdat ze het boerenland vooral gebruiken voor het vinden van eten en niet gebruiken als broedplaats.

NUwerk

Tip de redactie