Stropers hebben tussen 2004 en 2014 tachtig procent van alle bosolifanten in Gabon gedood, zo blijkt uit een nieuwe studie. 

In tien jaar tijd zijn er bij de illegale jacht ongeveer 25.000 van de dieren omgekomen in het Minkebe National Park, één van de weinige plekken in Afrika waar nog bosolifanten leven.

Het gebied werd beschouwd als ondoordringbaar voor mensen, maar stropers die het gemunt hebben op ivoor blijken de olifanten gemakkelijk te kunnen vinden.

Dat melden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Current Biology.

Poep

De onderzoekers kwamen tot hun bevindingen door hopen olifantenpoep te tellen op 43 paden in het natuurpark. Het aantal uitwerpselen nam tussen 2004 en 2014 sterk af. Met een computermodel berekenden de onderzoekers aan de hand van de poep dat de populatie olifanten in deze periode slonk van 35.000 tot 7.000.

Die cijfers verbaasden hoofdonderzoeker John Poulsen van Duke University. "We wisten dat we een afname zouden zien, maar we hadden niet gerekend op zo'n drastische afname", verklaart hij op nieuwssite Science Now.

Parkwachters

Bosolifanten komen alleen nog voor in Centraal Afrika. Naar schatting zijn er op dit moment nog hooguit tienduizend in leven. Het Minkebe National Park is één van de grootste overgebleven leefgebieden van de olifantensoort.

Wetenschappers dachten dat de dichte begroeiing in het gebied de olifanten veel bescherming bood, maar dat blijkt tegen te vallen. Het wildpark is beschermd natuurgebied, maar parkwachters kunnnen weinig uitrichten tegen stropers, omdat het gebied zo onoverzichtelijk is. De meeste karkassen van door stropers geslachte olifanten worden nooit gevonden.  

Tussen 2012 en 2015 vonden de parkwachters slechts 161 karkassen, terwijl er in deze periode waarschijnlijk vele duizenden olifanten zijn gedood.