Een ruzie tussen een Voorburger en een Hagenaar, die met dezelfde vrouw een liefdesrelatie hadden, leidde juni vorig jaar tot een fatale steekpartij in Den Haag. De verdachte, een 41-jarige man uit Voorburg, kreeg maandag te horen dat hij tien jaar de cel in moet voor het doodsteken van de andere liefde van zijn vriendin. Ook is hem tbs met dwangverpleging opgelegd.

Volgens het OM heeft de Voorburger het slachtoffer op zaterdagnacht, 6 op 7 juni 2020, rond 3.30 uur opgezocht in diens huis aan de Haagse Hoogvlietstraat, omdat zijn vriendin ook een relatie met de Hagenaar bleek te hebben. Bij binnenkomst zou de verdachte meteen op het slachtoffer hebben ingestoken. "Uit de sectie is gebleken dat het slachtoffer acht steekletsels en zeven snijletsels had", meldt het Openbaar Ministerie. De vriendin van beide mannen was in het huis aanwezig toen het gebeurde.

Een buurtbewoner werd wakker van hard geschreeuw en zag vervolgens hoe zijn buurman naar buiten rende, op de grond zakte en om hulp riep. De vrouw rende achter hem aan en zag vervolgens hoe een van haar minnaars, ondanks de inzet van de hulpdiensten, op straat overleed. De 41-jarige Voorburger rende daarna weg, maar werd niet veel later tijdens zijn vlucht aangehouden op de Melis Stokelaan.

Vooropgezet plan

De officier van justitie eiste twee weken geleden tijdens de inhoudelijke behandeling 14 jaar cel en tbs met dwangverpleging. "Uit berichtjes op de telefoon van de verdachte blijkt namelijk dat de man al voordat hij van huis ging het plan had opgevat om de tweede vlam van zijn vriendin op te ruimen", zei het OM. "Hij is naar de woning gefietst en nam een mes mee. Daarom zijn er genoeg aanwijzingen voor een vooropgezet plan, dus voor moord in plaats van doodslag."

De verdachte zelf zei die nacht een black-out te hebben gehad. Volgens deskundigen is dat echter onwaarschijnlijk, omdat hij verder goed kon functioneren. "Ook riep hij bij zijn aanhouding nog: 'Ik heb hem neergestoken', en 'Dan had hij mijn wijf maar niet moeten neuken'."

Wel geven de deskundigen aan dat de 41-jarige man ten tijde van de moord verminderd toerekeningsvatbaar was. "Als gevolg van een licht verstandelijke beperking, gevoelens van jaloezie en afgunst en psychotische symptomen, versterkt door drugsgebruik."

Vanwege de verminderde toerekeningsvatbaarheid werd de 41-jarige maandag veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging in plaats van de geëiste veertien jaar.