De Haagse rechtbank weigert om het vierjarig dochtertje van een gewurgde vrouw uit Den Haag te onderwerpen aan een traumaonderzoek door een gedragsdeskundige. Abbas J. (50), de echtgenoot van het slachtoffer, wordt ervan verdacht haar gedood te hebben. Hij zegt dat hij hun kind wilde beschermen tegen de vrouw.

De moeder zou volgens de verdachte hun dochtertje stelselmatig mishandeld hebben. Op 18 oktober vorig jaar wurgde J. in hun woning aan de Vredesrustlaan in Den Haag de moeder omdat ze hun dochtertje opnieuw mishandeld zou hebben. De vrouw belandde nog in het ziekenhuis, maar overleed er na twee dagen op 38-jarige leeftijd.

Woensdag vroeg Kees van Oostveen, de advocaat van Abbas J., de rechtbank om een traumaonderzoek bij het kind. Zo'n onderzoek zou kunnen bevestigen of het meisje vaker mishandeld werd door haar moeder. Het Openbaar Ministerie verzette zich tijdens de tussentijdse zitting tegen een traumaonderzoek, en ook de rechtbank voelde er niets voor. Het zou niet mogelijk zijn om te achterhalen of het meisje getraumatiseerd is door de vermeende mishandelingen.

Haar psychische problemen zouden ook het gevolg kunnen zijn van het verlies van haar moeder en de detentie van de vader. Bovendien zou een intensief onderzoek negatieve gevolgen hebben voor het meisje. Verder is het de vraag of het meisje zich nog veel kan herinneren van gebeurtenissen voordat haar moeder werd gedood.

De advocaat hoopt nu op de telefoon van de verdachte meer aanwijzingen te kunnen vinden over mishandelingen door de moeder. De rechtbank wees woensdag zijn verzoek toe om de mobiel van de verdachte te mogen bestuderen.

De verdachte wordt momenteel nog onderzocht op geestelijke stoornissen. De inhoudelijke behandeling van de zaak is op 13 oktober.