Den Haag heeft waarschijnlijk weer meer geld nodig voor de bouw van het cultuurpaleis Amare aan het Spuiplein. De risicopot van het dure bouwproject is nagenoeg op, zo waarschuwt het Haagse stadsbestuur.

Het zou de zoveelste financiële tegenvaller zijn voor het nieuwe huis van het Residentie Orkest, het Nederlands Danstheater en het Koninklijk Conservatorium. Ging de Haagse politiek in 2014 nog akkoord met een projectbudget van 177 miljoen, nu al zijn de totale kosten opgelopen tot 223 miljoen: een overschrijding van 46 miljoen.

"Er moet steeds geld bij en elke keer krijgen we de garantie dat het echt niet nóg duurder wordt", moppert fractieleider Robert Barker van de Partij voor de Dieren. "Nu is het geld voor die bodemloze Spuiput wéér op. Waarom krijgt de gemeente maar geen controle over zulke projecten?"

Om hoeveel geld het deze keer zou gaan, zegt het college niet. De financiële stand van zaken rond Amare is vertrouwelijk met de politiek gedeeld. Wel stelt wethouder Anne Mulder van stadsontwikkeling dat het potje voor onvoorziene kosten nog maar 0,3 miljoen bedraagt, ofwel 1 procent van het nog uit te voeren werk van bijna 30 miljoen. "Dat is waarschijnlijk te weinig."

Op 1 mei opleveren

Het einde van de bouw van het cultuurpaleis komt wel in zicht. Bouwer Cadanz denkt Amare op 1 mei op te kunnen leveren. Dat is wel twee maanden later dan afgesproken. De gemeente is daarom in gesprek met de projectontwikkelaar over de gevolgen van de verschuiving van de deadline.

Het Residentie Orkest, het Koninklijk Conservatorium en het Nationaal Danstheater kunnen naar verwachting en als afgesproken uiterlijk 1 juni hun nieuwe huis gaan betrekken. Als het coronavirus het toelaat, wordt Amare eind november officieel en groots geopend met het vierdaagse OPEN-festival.