De rechtbank heeft vrijdag vier Haagse politieagenten vrijgesproken van meerdere strafbare feiten zoals meineed, valsheid in geschrift, mishandeling en het gebruik van buitensporig geweld. De strafbare feiten zouden zijn gepleegd tijdens en na de arrestatie van een gewapende man in een café in Den Haag op 21 januari 2018.

Een agent liet een politiehond tijdens de aanhouding in het been van de man bijten. Zijn collega zou later, op de binnenplaats van het politiebureau, opzettelijk op zijn verwonde been gestaan hebben.

Later legden de agenten in sommige gevallen onjuiste verklaringen af omtrent de arrestatie. Zo werd er in het proces-verbaal bijvoorbeeld geschreven dat de man zijn handen niet liet zien voor zijn arrestatie terwijl op camerabeelden was te zien dat hij dit wel deed.

De combinatie van geweld tegen de arrestant en het afleggen van onjuiste verklaringen, maakte dat er een strafrechtelijk onderzoek werd ingesteld naar de agenten.

Politiemensen stonden onder veel druk

De rechter acht niet bewezen dat de agenten opzettelijk logen in het proces-verbaal. De politiemensen stonden onder een hoop druk, gezien het feit dat zij verwachtten dat de man in het café een vuurwapen bij zich had.

De rechtspsycholoog constateerde een aandachtsvernauwing als gevolg van stress, die van invloed kan zijn op de waarneming en herinnering. Daar komt bij dat er geen concreet bewijs is dat de agenten bewust een onjuist beeld wilden schetsen van wat er zich heeft plaatsgevonden.

Slachtoffer kan zich mishandeling niet herinneren

Volgens de rechtbank was de beet van de politiehond niet te omschrijven als buitensporig geweld gezien de dreigende situatie van het moment.

Twee collega's zagen een politieagent later op de binnenplaats van het politiebureau op het verwonde been van de arrestant staan. Echter, de verdachte ontkent en het slachtoffer kan zich van het voorval niets herinneren. Verder bewijs van het voorval ontbreekt, waardoor de rechter de verdachte ook voor dit voorval heeft vrijgesproken.