De 28-jarige Jerry van den B. heeft dinsdag door de rechtbank van Den Haag zeven jaar celstraf opgelegd gekregen voor het doodsteken van zijn bovenbuurman tijdens een ruzie in september vorig jaar in de Albardastraat in Den Haag.

De buren waren de desbetreffende avond samen aan het drinken in de woning van de verdachte. Toen de verdachte rond middernacht vroeg of zijn buurman weg wilde gaan, werd hij volgens hem agressief.

De bovenbuurman zou twee keer met zijn vuist tegen de arm van de verdachte hebben geslagen en daarna een mes hebben gepakt en op zijn buik hebben gericht. Voor de verdachte, die lijdt aan een bloedziekte, is een steekwond in de buik potentieel dodelijk.

De verdachte kreeg het mes vervolgens zelf te pakken en stak de man acht keer neer in het halsgebied, naar eigen zeggen uit noodweer. De buurman kwam daarbij om het leven.

Beroep op noodweer slaagt niet

De rechtbank oordeelt dinsdag dat de verdachte zich inderdaad in een situatie bevond waarin hij zichzelf moest verdedigen, maar dat hij hierin te ver is gegaan.

"Hij had het mes weg kunnen gooien, proberen zich los te rukken, met het mes dreigen of de bovenbuurman op een andere, niet potentieel dodelijke plek kunnen steken." Het beroep op noodweer slaagt daarom niet.

'Verdachte handelde doordacht'

Volgens de rechter heeft de verdachte na het incident ook doordacht gehandeld.

"Hij heeft het mes in het foedraal gestoken en dit meegenomen omdat het bewijs was. Hij heeft het licht uitgedaan, de sleutels van de scooter van de buurman gepakt, de voordeur dichtgetrokken en is met de scooter naar Ypenburg gereden."

Het vonnis van de rechtbank is gelijk aan de strafeis van het Openbaar Ministerie (OM).