Het Openbaar Ministerie (OM) gaat in hoger beroep in de zaak rond een dodelijke steekpartij in een slagerij aan het Hobbemaplein in Den Haag. Eerder ontsloeg de rechtbank de 40-jarige man die op 17 juli zijn collega (43) doodstak van alle rechtsvervolging wegens noodweer.

Het OM zegt dat er geen sprake was van noodweer omdat de verdachte bewust koos voor de aanval. "Hij weet nog precies te vertellen wat zich heeft afgespeeld en verklaart niet over doodsangst of paniek. (...) Dat er sprake is van een hevige gemoedsbeweging vinden wij daarom niet aannemelijk."

De mannen kregen de betreffende ochtend ruzie met elkaar in de slagerij. Nadat de verdachte was vertrokken, besprak het slachtoffer de ruzie met de eigenaar.

Op camerabeelden was te zien dat die twee mannen vervolgens vuistslagen oefenden, wat volgens de rechtbank duidt op het feit dat de eigenaar en het slachtoffer al planden om het de verdachte "betaald te zetten".

'Verdachte had geen mogelijkheid om zich te onttrekken'

Toen de verdachte die middag terugkwam werd hij door het slachtoffer meerdere keren op zijn hoofd en lichaam geslagen. Op dat moment was de deur van de keuken waarin de mannen zich bevonden gesloten.

De verdachte had volgens de rechtbank geen "reële mogelijkheid" om zich aan het geweld te onttrekken en er was er sprake van een noodweersituatie. De verdachte mocht zichzelf verdedigen, zo luidde het oordeel van de rechter.

Rechter: 'Verdediging ging wel te ver'

Hoewel de verdachte een succesvol beroep heeft gedaan op noodweer, vond de rechter wel dat hij in zijn verdediging "te ver" is gegaan door zijn collega met een mes te lijf te gaan.

Toch is het aannemelijk, zo beargumenteerde de rechtbank eerder, dat de "disproportionele"reactie van de verdachte het directe gevolg was van de "dreigende" situatie. "Hij zat opgesloten in een kleine ruimte [..] en hij was bang dat hem iets ernstigers zou worden aangedaan. De aard en intensiteit van die gemoedsbeweging is van doorslaggevend belang geweest voor de overschrijding van de grenzen van zijn noodzakelijke verdediging."

Het is nog niet bekend wanneer het hoger beroep dient.