In zijn woonplaats Den Haag is vrijdag op 88-jarige leeftijd de kunstenaar Ralph Prins overleden.

Dat heeft de stichting die zijn werk beheert maandag meegedeeld. Prins was fotograaf, grafisch ontwerper, schilder en tekenaar.

Een van zijn bekendste werken is het ontwerp voor Nationaal Monument Kamp Westerbork, dat door koningin Juliana in 1970 werd onthuld. Het werk in het voormalige doorvoerkamp voor Joden, Sinti en Roma in de Tweede Wereldoorlog toont onder meer rails die op het eind omhoog reiken als teken van wanhoop en verwoesting.

Prins, zelf een Jood, zat ook in het kamp.

Oorlogsmonumenten

Prins ontwierp ook oorlogsmonumenten voor Amsterdam, Apeldoorn, Barneveld, Borne, Coevorden, Gouda en Strijen.

Zijn ontwerpen, portretten, tekeningen en affiches zijn opgenomen in collecties van onder meer het Rijksmuseum, Stedelijk Museum Amsterdam, Gemeentemuseum Den Haag, Joods Historisch Museum, en Nederlands Fotomuseum Rotterdam.

De in Amsterdam geboren Prins werd in 1943 gedeporteerd naar Westerbork, en later naar concentratiekamp Theresienstadt. Met pen en penseel verzorgde hij de belettering op koffers van degenen die werden doorgestuurd naar Auschwitz en hij maakte portretschetsjes van ieder die daarom vroeg.

Gevangenenruil

Tegen het eind van de oorlog werd hij betrokken in een gevangenenruil en belandde hij in Zwitserland. Daar bezocht hij een kunstschool en terug in Nederland studeerde hij aan de kunstacademie in Den Haag. Van 1966 tot 1986 doceerde hij aan de kunstacademie Minerva in Groningen.

Zijn dood kwam op het moment dat in Westerbork namen werden voorgelezen van uit Nederland gedeporteerde en vermoorde Joden, Sinti en Roma.