Gerwyn Price is zondag voor het eerst wereldkampioen darts geworden. De Welshman won in een boeiende finale in Londen met 7-3 van Gary Anderson.

Aanvankelijk leek Price een ruime zege te gaan boeken op Anderson, want hij kwam zeer overtuigend op een 5-1 en 6-2-voorsprong. Maar daarna begon hij opeens te missen op de dubbels, waaronder liefst elf matchdarts, en werd het toch nog even spannend. Uiteindelijk vond Price de dubbel vijf voor de beslissende 7-3.

De 35-jarige Price is de eerste wereldkampioen uit Wales bij de PDC, nadat Leighton Rees, Richie Burnett en Mark Webster dat al eens bij de BDO waren geworden. Tot dit jaar was zijn halvefinaleplaats van vorig jaar (nederlaag tegen de latere wereldkampioen Peter Wright) zijn beste prestatie op het WK.

Price neemt door zijn wereldtitel bovendien de nummer 1-positie over van Michael van Gerwen. De Brabander, die door Dave Chisnall werd uitgeschakeld in de kwartfinales, voerde zeven jaar de zogenoemde Order of Merit aan en staat nu tweede.

De vijftien jaar oudere Anderson blijft op twee wereldtitels steken (2015 en 2016) en wordt daardoor niet de succesvolste Schot ooit in de sport (Jocky Wilson pakte ook twee wereldtitels). Hoewel hij zijn derde WK-finale in totaal verloor, stijgt hij wel naar de achtste plaats op de Order of Merit.

Gerwyn Price luisterde zijn eerste wereldtitel bijna op met een negendarter.

Gerwyn Price luisterde zijn eerste wereldtitel bijna op met een negendarter.
Gerwyn Price luisterde zijn eerste wereldtitel bijna op met een negendarter.
Foto: ANP

Price gooit bijna negendarter

De wedstrijd tussen Price en Anderson was een herhaling van de heetgebakerde finale van de Grand Slam of Darts in 2018. Toen kregen ze het met elkaar aan de stok en ontving Price, die met 16-13 zegevierde, een recordboete omdat hij onder meer provocerend vlak voor het gezicht van Anderson juichte.

Van spanning op het podium was zondag totaal geen sprake. Price kwam aan het begin nog wel goed weg. Hij kon na een 0-2-achterstand meteen de eerste set afpakken van zijn opponent, omdat die in de derde leg vier setdarts miste en zich in de vijfde leg makkelijk liet breken.

Anderson bracht daarna de stand nog wel in evenwicht, mede doordat Price bij 1-2 twee dubbels miste om terug te breken. Maar vanaf de derde set was het Price die de dienst uitmaakte, ondanks een sublieme 170-finish (alweer de vijfde van dit toernooi) van de Schot.

Price, die vooral op tops dodelijk was, liep zeer overtuigend uit naar een 5-1-voorsprong. Het absolute hoogtepunt was de zesde set, waarin hij het hoogste setgemiddelde ooit op het WK (136,64) noteerde en bovendien dubbel 12 miste voor een memorabele negendarter.

In de slotfase had Price toch moeite met de druk. Hij verprutste het in de zevende set (vijf gemiste setdarts) en deed dat in de negende set nog eens dunnetjes over met acht gemiste matchdarts. In de tiende set redde hij het ondanks nog eens drie gemiste matchdarts alsnog en barstte hij in huilen uit.