De nazaten van bankier en kunstverzamelaar Franz Koenigs (1881-1941) vingen wederom bot bij de Restitutiecommissie over de teruggave van een omvangrijke kunstcollectie die hun voorvader in bezit had.

De nieuwe claim is afgewezen, liet de commissie dinsdag weten.

Het gaat over 34 schilderijen (voornamelijk werken van Rubens) en 37 tekeningen, die nu tot de Rijkscollectie behoren.

Volgens de Restitutiecommissie, die claims onderzoekt over teruggave van roofkunst, is ''onvoldoende aannemelijk geworden'' dat Koenigs de werken verloor onder druk van het naziregime.

De zakenman kampte met financiële problemen en verkocht de kunstwerken daarom aan een bank waarbij hij een schuld had, stelt de commissie. ''Pas na die overdracht, en na een daaropvolgende verkoop aan Nederlandse kopers, zijn de kunstwerken in handen van de nazi's gekomen.'' Minister Jet Bussemaker (OCW) heeft het advies van de commissie overgenomen.

Meesterwerken

De erven proberen al jarenlang de kunstverzameling terug te krijgen. De Restitutiecommissie boog zich in 2003 ook al over de zaak, maar wees de claim toen om dezelfde reden af. De familie stapte onlangs naar de rechtbank omdat ze inspraak wilde bij de totstandkoming van het advies van de commissie. De rechter wees de eis af.

De Koenigscollectie ontstond tussen 1920 en 1935, toen de genaturaliseerde Duitse zakenman Koenigs fortuin maakte als bankdirecteur in Amsterdam. Hij verzamelde in totaal 2671 tekeningen en 50 schilderijen, stuk voor stuk meesterwerken uit de 14e tot de 19e eeuw.