Een deel van de enorme kunstverzameling die in München is gevonden, blijkt direct na de Tweede Wereldoorlog door de geallieerden in beslag te zijn genomen en opgeslagen.

In 1950 werden de ongeveer 100 werken teruggegeven aan de kunsthandelaar Hildebrand Gurlitts, meldde de Süddeutsche Zeitung woensdag.

In de woning van zijn zoon Cornelius in de Zuid-Duitse stad München werd vorig voorjaar de collectie ontdekt van circa 1400 door nazi's in beslaggenomen en geroofde kunstwerken van onder anderen Pablo Picasso, Paul Klee en Marc Chagall.

Kunsthandelaar Gurlitts wist de door de geallieerden geconfisceerde werken met succes terug te vorderen. Volgens Uwe Hartmann, die bij het staatsmuseum in Berlin het onderzoek naar herkomst van kunst leidt, hebben veel musea en verzamelaars destijds vrijwillig kunst ingeleverd om hun collectie te ''zuiveren''.

Lijst

De Duitse krant heeft een lijst in bezit van de 100 werken. Daarop staan afbeeldingen van schilderijen die deze week ook werden getoond door justitie bij de officiële bekendmaking van de vondst.

Volgens de krant hebben de Amerikanen twee schilderijen achtergehouden. Een van de werken is Vrouwenkop van Picasso.

Hildebrand Gurlitts kocht de door de nazi's in beslaggenomen en geroofde kunst in de oorlogsjaren op. De werken stonden te boek als verdwenen.

De douane in de deelstaat Beieren kwam de verzameling op het spoor nadat Cornelius zich opvallend had gedragen tijdens een treinrit vanuit Zwitserland naar München en er een onderzoek naar hem op gang kwam.