Het museum Huis Doorn blijft definitief open voor het publiek. Het statige landhuis in het Utrechtse Doorn was van 1920 tot 1941 het onderkomen van de gevluchte Duitse keizer Wilhelm II. 

Het pand, dat inmiddels een museum is, laat zien hoe de keizerlijke adel destijds leefde.

Naast de originele inrichting huisvest Huis Doorn vanaf september een permanente collectie over de Eerste Wereldoorlog. Dat maakte directeur Herman Sietsma donderdagmiddag bekend.

De overheid halveerde vorig jaar de subsidie tot 200.000 euro per jaar, waardoor sluiting nabij leek. Door onder meer de vaste medewerkers te ontslaan, kan Huis Doorn toch blijven bestaan. De extra focus op WO I moet meer geld opbrengen.

100 jaar 

Volgend jaar is het 100 jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Dit wordt van 2014 tot en met 2018 in heel Europa herdacht. Huis Doorn organiseert onder meer exposities en activiteiten om waarden als tolerantie en vrijheid onder de aandacht brengen. Ook brengen acteurs in historische tenues de oorlog weer tot leven in de museumtuin.

Sietsma hoopt met de nieuwe bestemming flink meer bezoekers te trekken. Nu komen per jaar ongeveer 25.000 geïnteresseerden naar Huis Doorn, maar om een wankelend voortbestaan te voorkomen, moet dit aantal stijgen. ''We hopen op ruim 35.000 bezoekers per jaar.''

Belangstelling

De directeur is optimistisch omdat er ''enorme belangstelling'' is voor het onderwerp, terwijl in Nederland maar weinig plekken zijn waar de sfeer van de eerste wereldwijde strijd kan worden beleefd. ''Dit thema past perfect bij Huis Doorn. Voormalig bewoner keizer Wilhelm II was een van de hoofdrolspelers in de Eerste Wereldoorlog.''

Vrijwilligers gaan Huis Doorn draaiende houden. Vanaf het pinksterweekeinde is het museum 6 dagen per week open.