De collectie van het Verzetsmuseum in Amsterdam is uitgebreid met bijzondere spullen uit het concentratiekamp Dachau.

Het betreft een kampjas van de befaamde verzetsman Pim Boellaard (1903-2001) en een kist waarin hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Duitse kamp zijn persoonlijke bezittingen bewaarde. Op de achterkant van het deksel is een schaakbord getekend.

Directeur Liesbeth van der Horst sprak donderdag van een ''bijzondere aanwinst''. ''Boellaard was een prominent verzetsman.'' Het museum kreeg de spullen van zijn zoon, Willem Boellaard.

Op het deksel van de kist staat BL.ä, wat staat voor de gevangene die verantwoordelijk is voor de gang van zaken in zijn barak, en het kampnummer van de verzetsman: 100649. Vanwege die functie mocht hij zijn bezittingen in een kistje bewaren.

Verraden

Boellaard was actief in de Ordedienst, de verzetsgroep van de voormalig militairen. Hij dook onder, maar werd uiteindelijk verraden. Tijdens zijn gevangenschap in Scheveningen werd hij als enige Nederlander ooit ondervraagd door de Duitse nazileiders Himmler en Heydrich.

Ze waren verbaasd over Boellaards standvastigheid. Hij verbleef vervolgens in Haaren, Amersfoort, Natzweiler en Dachau. Hij fungeerde al die jaren als een steun en toeverlaat voor zijn medegevangenen.