AMSTERDAM - Bij veilinghuis Sotheby's in Amsterdam gaat maandagavond het eerste deel van de Peter Stuyvesant-collectie onder de hamer.

Ruim 160 schilderijen en sculpturen worden geveild, van gerenommeerde kunstenaars als Karel Appel, Corneille, Jan Schoonhoven en Martin Kippenberger.

Het is de grootste collectie naoorlogse moderne kunst die ooit in Nederland onder de hamer komt, met vele werken die in een museum niet zouden misstaan en daar regelmatig al op tentoonstellingen waren te zien.

Sotheby's veilt de verzameling in drie delen. De verwachte opbrengst van de veiling maandagavond is 4 tot 5 miljoen euro.

Bedrijfscollectie

De Peter Stuyvesant-collectie geldt als de eerste bedrijfscollectie van Nederland, die in 1960 werd opgezet door Alexander Orlow, directeur van de Turmac Tobacco Company. Om de monotone werkomstandigheden van de arbeiders in de sigarettenfabriek in Zevenaar te verbeteren, schafte hij moderne kunst aan.

Hij gaf dertien Europese kunstenaars de opdracht een vrolijk, kleurrijk en levendig kunstwerk te maken, die in de fabriekshallen boven de machines kwamen te hangen. Orlow hoopte dat de fabrieksarbeiders daar inspiratie en energie uit zouden halen.

Veilen

In de loop der jaren groeide de collectie uit tot zo'n duizend werken. Na de sluiting van de fabriek in Zevenaar in 2008 besloot de nieuwe eigenaar, British American Tobacco (BAT), de kunstcollectie te veilen.

De hoogst getaxeerde werken zijn het schilderij Dinosaurierei van de Duitser Martin Kippenberger (200.000-300.000 euro) en het beeld Lili ou Tony van de Franse kunstenares Niki de Saint-Phalle (200.000-300.000 euro). Ook voor schilderijen van Karel Appel en Jan Schoonhoven worden topprijzen verwacht.