Het presidentieel paleis van Indonesië leent voor een nieuwe tentoonstelling zeven schilderijen uit aan het Rijksmuseum. De werken gelden als enkele van de belangrijkste uit de Indonesische geschiedenis. Het is voor het eerst dat ze buiten het land worden getoond.

Het gaat om werken van Affandi (1907-1990), Basuki Abdullah (1915-1993), Sindu Sudjojono (1913-1986), Dullah (1919-1996), Harijadi Sumodidjojo (1919-1997) en Henk Ngantung (1921-1991). De kunstenaars maakten de schilderijen in de periode tussen 1945 en 1949 en laten de geest van de Indonesische revolutie zien.

President Sukarno (1901-1970) was de eerste leider van de republiek Indonesië. Al voordat het land in 1945 onafhankelijk werd, zette Sukarno een kunstcollectie op die gedurende de jaren steeds werd uitgebreid.

De president beschouwde de werken als eigendom van het volk, om ze ook voor hen toegankelijk te maken. Inmiddels zijn de schilderijen officieel nationaal bezit.

Onenigheid over gebruikte term

Een van de samenstellers, Bonnie Triyana, schrijft in een opiniestuk in NRC dat het woord 'bersiap' wordt gemeden in de tentoonstelling. Die term wordt in ons land gebruikt voor de gewelddadige periode tijdens de strijd om de onafhankelijkheid van de toenmalige kolonie, direct na de Tweede Wereldoorlog. De benaming is in de ogen van Triyana min of meer racistisch, "omdat bij het begrip 'bersiap' altijd primitieve, ongeciviliseerde Indonesiërs als daders van de gewelddadigheden worden opgevoerd, wat niet geheel vrij is van rassenhaat".

De Federatie Indische Nederlanders (FIN) is al in alle staten over het mijden van de term. "Ik word hier fysiek onpasselijk van", aldus voorzitter Hans Moll, die zegt aangifte te zullen doen tegen deze "krankzinnige en stuitende vorm van bersiapontkenning".

Het Rijksmuseum zegt de gebeurtenissen van alle kanten te belichten. "De tentoonstelling erkent en adresseert zowel het geweld in deze periode tegen Indo-Europeanen, Nederlanders, Molukkers, Chinezen en anderen die aan Nederlandse zijde stonden of daarvan verdacht werden, als het geweld tegen andere groepen waaronder Indonesiërs in dezelfde periode", benadrukt het museum in een verklaring naar aanleiding van de kritiek op het weglaten van het begrip bersiap. "Er is voor gekozen in de tentoonstelling geen specifieke term te gebruiken voor het aangedane leed in deze periode."

De zeven werken zijn te zien bij de nieuwe tentoonstelling Revolusi! Indonesië onafhankelijk, die is samengesteld door Nederlandse en Indonesische conservatoren en een beeld schetst van de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. De tentoonstelling opent op 11 februari en is te zien tot 5 juni 2022.