Het demissionaire kabinet heeft er bij de vaststelling van coronamaatregelen bewust voor gekozen om de cultuursector te ontzien, omdat die beroepsgroep eerder al zwaar was getroffen. Sportwedstrijden moeten echter wel zonder publiek gespeeld. "Dat zijn keuzes die je maakt", aldus demissionair premier Mark Rutte.

Een ander argument is dat cultuurmakers hun publiek meestal niet op een andere manier kunnen bereiken. Behalve de weinige theatervoorstellingen en concerten die op radio, televisie of internet zijn uitgezonden "beperkt het zich tot de zaal waar de toneelvoorstelling of muziekuitvoering plaatsvindt". Wedstrijden in het betaald voetbal daarentegen zijn wel vaak op de televisie te zien.

Een deel van de Tweede Kamer begrijpt niets van de keuze van het kabinet om publiek bij sportwedstrijden te verbieden. Zo kunnen ouders niet meer langs de lijn staan bij wedstrijden van hun kinderen, ook niet in de buitenlucht, terwijl het risico op besmetting daar veel lager is dan in een concert- of theaterzaal.

Sportwedstrijden met publiek leiden volgens Rutte tot een veel groter aantal verplaatsingen en die moeten juist zoveel mogelijk worden beperkt. Hij benadrukt dat het kabinet sport heel belangrijk vindt en dat daarom wel besloten is wedstrijden gewoon door te laten gaan.

Uiteindelijk moest er volgens Rutte wel een pakket uitrollen dat zwaar genoeg was. "Het virus is op zo'n grote schaal aan het rondrazen dat je het een heel grote klap moet toebrengen", aldus de premier. Het is volgens hem niet mogelijk "met een schaartje te knippen" welk effect afzonderlijke maatregelen precies hebben.

Dat ook de horeca weer met beperkingen te maken heeft, is volgens Rutte eveneens onvermijdelijk. Hij erkent dat de sector ondanks een rammelende handhaving van de coronapas verantwoordelijk is voor slechts een klein deel van de besmettingsclusters. "Maar áls het misgaat, gaat het wel meteen om heel grote clusters."