Het proces tegen de Belgische kunstenaar en theatermaker Jan Fabre gaat volgend jaar in het voorjaar van start. Hij moet zich op 25 maart en 1 april tegenover de rechtbank verantwoorden over aanklachten wegens seksuele intimiteiten en wangedrag tegenover dansers en andere medewerkers.

Fabre wordt vervolgd voor geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag. Ook zou hij een van de twaalf mensen die voor zijn dansgezelschap Troubleyn werkten, hebben aangerand.

De 62-jarige Antwerpenaar en de twaalf vermeende slachtoffers waren dinsdag niet aanwezig bij de inleidende zitting, maar volgens Fabres advocaat Eline Tritsmans is hij wel aanwezig als het proces in maart van start gaat.

Volgens Tritsmans is er in de media een karikaturaal en onjuist beeld van haar cliënt geschetst en is Fabre al publiekelijk aan de schandpaal genageld. "Hij heeft geen strafbare feiten gepleegd en dat zullen wij ook aantonen voor de rechtbank."

In het kader van de #metoo-beweging klaagden in 2018 twintig (oud-)dansers van Troubleyn Jan Fabre in een open brief aan voor seksueel grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik. Daarop werd een arbeidsrechtelijk onderzoek ingesteld en de zaak vervolgens naar de strafrechter verwezen.