Ook in het derde kwartaal van dit jaar kan de cultuursector op coronasteun rekenen. Demissionair minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs en Cultuur) schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat het kabinet het steunpakket verlengt en hier in totaal ruim 147 miljoen euro voor uittrekt.

Van het geld gaat 25 miljoen euro direct naar makers. Voor lokale en regionale cultuur is 51,5 miljoen euro beschikbaar.

Instellingen in de zogeheten 'basisinfrastructuur', zoals het Groninger Museum of festival Oerol, en instellingen met subsidies via de Erfgoed of rijkscultuurfondsen krijgen 45 miljoen euro. Omdat die al subsidie krijgen, hoeven ze geen extra aanvraag in te dienen, maar krijgen ze het geld in juli dit jaar automatisch.

Het eerdere steunpakket, ter waarde van 414 miljoen euro, liep van 1 januari tot en met 30 juni. Inmiddels is ruim 2 miljard euro naar kunst en cultuur gegaan om de coronaschade in de sector te beperken. Dit is nog zonder de inkomenssteun voor zelfstandigen (Tozo) meegerekend.

Van Engelshoven schrijft dat de eerdere steunpakketten cultuurinstellingen hebben geholpen om "een moeilijke periode door te komen". Sinds afgelopen zaterdag zijn ook musea, bioscopen en theaters weer onder voorwaarden open. Nu de coronacijfers weer de goede kant op gaan, kan men zich weer "verheugen op alle schoonheid en verwondering" die cultuur te bieden heeft, aldus de minister.