De opera Ludmilla wordt 4 mei opgevoerd in het Wilminktheater en Muziekcentrum Enschede. De satirische voorstelling werd in juni 1944 eenmalig gespeeld door Joodse gevangenen van Kamp Westerbork, maar de tekst en het piano-uittreksel zijn pas enkele jaren geleden herontdekt.

De voorstelling wordt eenmalig gespeeld door het gezelschap Punto Arte, in het kader van het project Theater na de Dam. In talloze theaters door het hele land worden na Dodenherdenking voorstellingen over vrijheid gespeeld. Vanwege het coronavirus zijn de stukken dit jaar te volgen via een livestream.

Westerbork was in de oorlog een doorgangskamp voor Joden. Ze werden hier enige tijd gevangen gehouden om vervolgens op transport te gaan naar de vernietigingskampen in Oost-Europa. In Westerbork mochten de gevangenen bonte avonden organiseren om de sfeer in het kamp zo ontspannen mogelijk te houden.

De laatste voorstelling in Westerbork was de operaparodie Ludmilla. De productie bleek een in grappen verpakte aanklacht tegen de nazi's. Het stuk was aanleiding voor de kampcommandant om de bonte avonden daarna te verbieden.

De handgeschreven partituur van de opera dook in 2012 op in de nalatenschap van de Joodse pianist-schrijver Ida Simons. Zij zat destijds ook in Westerbork. Deze partituur was het uitgangspunt van de versie die nu wordt gespeeld.

Door de voorstelling heen zijn herinneringen aan Westerbork verweven van onder meer journalist Philip Mechanicus (1889-1944) en Etty Hillesum (1914-1943). Beiden werden vanuit Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd en daar vermoord.