Hoewel Stanley Menzo tijdens zijn hele keeperscarrière racistisch werd bejegend, besloot hij dat het onderwerp niet de boventoon moet voeren in zijn eerder deze week verschenen biografie. Dat vertelt Menzo in een interview met Het Parool.

"Bij mij maakte een half stadion oerwoudgeluiden in mijn richting. Hele wedstrijden lang. Kun je je voorstellen hoe dat voelt? Geen scheidsrechter greep in, geen medespeler vroeg ernaar. Dat was de tijd. Ik moest er zelf doorheen als een van de eerste donkere keepers in het betaalde voetbal", zegt Menzo, die tussen 1983 en 2002 op professioneel niveau keepte.

Tijdens de totstandkoming van het boek bereikten de antiracismedemonstraties van de Black Lives Matter-beweging wereldwijd hun hoogtepunt, maar Menzo wilde zich daar niet door laten meeslepen.

"Ik vond dat het bij ons te veel over racisme ging. Dat gevecht heb ik al gevoerd en dat wil ik niet nog eens doen. Ik wil mijn hele levensverhaal vertellen", aldus de voormalige keeper. "Mensen moet genuanceerder kijken naar het racismeprobleem. Er moet geen sprake zijn van partijen. En die zijn er wel. Aan beide kanten wordt de discussie te hard gevoerd. Ik wil er niet mee geassocieerd worden."

Menzo wil juist dat de lezers van de biografie hem niet alleen zien als een slachtoffer van racisme. "Ik hoop dat ze mij ook zien als de international, de keeper van Europese finales en als de landskampioen. Want dat ben ik ook."

De biografie Menzo - het gevecht onder de lat is bij uitgever Nieuw Amsterdam verschenen.